Spanish Course · Ser y estarCursus Spaans · Ser y estar

Ten categories, one choice — never permanent vs temporaryTien categorieën, één keuze — nooit permanent versus tijdelijk

Every use of ser or estar is decided by a category — what something IS, where it IS right now, what it turned INTO — never by how long it lasts. Answer the card below, and the sentences you keep missing come back sooner. Progress stays in this browser.Het Spaans heeft twee werkwoorden waar het Nederlands er één heeft: zijn. Kies daarom eerst de categorie en dan pas het werkwoord: wat iets is, waar het is, wat het geworden is. Een beroep hoort bij wat iemand is, dus bij ser, en krijgt geen lidwoord, ook in het Spaans niet: Marco is leraar. Voor de plaats van iets zeggen wij vaak liggen, staan of zitten (het boek ligt op tafel); het Spaans zegt daar meestal estar. Beantwoord de kaart hieronder en de zinnen die je blijft missen, komen sneller terug. Je voortgang blijft in deze browser.

…

·

…·…·

← ser · → estar · space next← ser · → estar · spatie volgende

Ser

identityidentiteit

what someone or something is: name, job, nationality, a defining traitwat iemand of iets is: naam, beroep, eigenschap

Marco es profesor.

originherkomst

where someone or something comes fromwaar iemand of iets vandaan komt

Marco es de México.

materialmateriaal

what something is made ofwaarvan iets gemaakt is

La mesa es de madera.

possessionbezit

whose it isvan wie het is

El libro es de Marco.

timetijd

the time, the day, the datehet uur, de dag, de datum

Son las tres.

eventsgebeurtenissen

where or when an event happenswaar of wanneer iets plaatsvindt

La reunión es en la oficina.

where the guess breaks — for serwaar de gok misgaat — voor ser

Ella es joven.

Sounds temporary — youth fades. But it's identity: a defining trait, exactly like tall or short.Klinkt tijdelijk, want jeugd gaat voorbij. Maar het is identiteit: een kenmerk van wie ze is, zoals lang of klein.

La fiesta es en mi casa.

Sounds like a location. But events: naming where something happens is ser, never estar.Klinkt als een plaats. Maar het is een gebeurtenis: zeg je waar iets plaatsvindt, dan is het ser, nooit estar.

El concierto es en el estadio.

The same events trap as the party — the concert's location is where it happens, not where an object sits.Dezelfde valkuil als bij het feest: de plek van het concert is waar het plaatsvindt, niet waar een voorwerp staat.

Estar

locationplaats

where someone or something is right nowwaar iemand of iets nu is

Yo estoy en casa.

conditiontoestand

how someone or something is right now, as a result of circumstanceshoe het er nu voor staat, door omstandigheden

Ella está nerviosa.

result of changeresultaat van verandering

the state something ends up in after a changede toestand na een verandering

La puerta está abierta.

progressivebezig zijn (aan het ...)

an action happening right noween handeling die nu bezig is

Estoy estudiando.

where the guess breaks — for estarwaar de gok misgaat — voor estar

El pez está muerto.

Sounds as permanent as it gets — but estar, because death is the result of a change, not identity.Dood klinkt zo definitief als maar kan, toch estar: de dood is het resultaat van een verandering, geen identiteit.

La planta todavía está viva.

Same category as muerto — a living thing arrived at that state too.Dezelfde categorie als muerto: ook een levend wezen is in die toestand beland.

The same word, two readingsHetzelfde woord, twee lezingen

A closed set of adjectives that change meaning depending on which verb picks them — never a spelling change, only the verb.Een vaste groep bijvoeglijke naamwoorden die van betekenis veranderen met het werkwoord: het woord blijft gelijk, in het Nederlands zijn het twee woorden.

es aburridois boringis saai
es listois cleveris slim
es buenois goodis goed
es malois bad (a bad person)is slecht (een slecht mens)
es ricois richis rijk
es verdeis greenis groen
es orgullosois haughty (too proud)is verwaand (te trots)
está aburridois boredis verveeld
está listois readyis klaar
está buenotastes goodsmaakt goed
está malohas gone badis bedorven
está ricois deliciousis lekker
está verdeis unripeis onrijp
está orgullosois proud (of someone)is trots (op iemand)